PCS in Parijs

Tijdens de zomervakantie van 2004 toen Jørgine en ik in het Zuid-Franse Le Barcares aan het jeu de boulen waren, kwam ik op het idee dat het leuk zou zijn, als we hier met de clubleden eens een partijtje gingen gooien. Want boulen in Frankrijk is duidelijk anders dan thuis. Bij thuiskomst heb ik eerst maar eens geënquêteerd voordat ik iets onderneem. In eerste instantie gaven zich 29 leden spontaan op. Ik ben toen begonnen met contacten leggen. Het was Olivier Heckenroth van Association Sportive du Jardin du Luxembourg (A.S.J.L.) die zich meldde en de eerste correspondentie was een feit. We waren uitgenodigd voor een toernooi op 23 april. De mailtjes gingen over en weer, want niet alleen ik moest alles organiseren, maar Olivier ook. Ik heb dan ook veel te danken aan Olivier dat hij alles aan Parijse zijde voor ons heeft georganiseerd. Nu nog het vervoer en onderkomen, want hoe gaan we en waar slapen we. Tal van offertes werden aangevraagd, maar niets paste binnen het budget. Ik informeerde tevens naar het verhuur van busjes en het huren van chalets net even buiten Parijs. Dit kwam al een heel eind in de richting. Een ander lid van de vereniging wees mij erop om te informeren naar georganiseerde busreizen. Op voorhand wimpelde ik dit af, omdat je altijd gebonden bent aan de busmaatschappij.

Weken lang heb ik over het internet gesurft. Met de enterknop onder mijn linkerduim en in de rechterhand de telefoonhoorn kon ik nog net met mijn grote teen de spatiebalk indrukken. Bij Peter Langhout was ik aan het goede adres. Men beloofde mij gouden bergen en voor een prijsje om van te smullen. Eigenlijk te mooi om waar te zijn. Dagenlang belde ik met deze firma en steeds weer werden al mijn vragen bevestigend beantwoord. Alles kon en niets moest. Toen alle 1001 vragen beantwoord waren, was ik tevreden en heb ik de reis vastgelegd. Tussentijds gingen de correspondentie en contacten met Olivier in alle hevigheid door. Olivier regelde voor ons een mooi diner, maar de één lust dit niet en de ander lust dat niet. De restaurant eigenaar moet inmiddels wel gek aan het worden zijn van Olivier, want dan heb ik dit en dan heb ik dat. Een week voor vertrek heb ik voor het laatst contact met Olivier en kijk uit naar de ontmoeting.

Vrijdagochtend 22 april ben ik om 02.00 uur al druk in de weer. Hebben we alles ingepakt? Niets vergeten? Nog alles een keer checken. Hoewel ik pas om 10 voor drie bij Ida had afgesproken, stond ik, ongeduld, al om half drie bij Ida voor de deur. Ze stond al klaar dus geen probleem, koffer in de achterbak en op naar Erica om Wim op te halen. Het licht brandt, dus hij is wakker. Het is kwart voor drie en de hond van Wim moet heel Erica even laten weten dat er vreemd volk is. Uit alle macht probeer ik die keffende pluizenbol zijn snuit te laten houden. Al snel win ik het vertrouwen van die harige viervoeter en de rust keert weer. In het holst van de nacht rijden we naar Schoonebeek terug. Bij het gemeentehuis is nog niemand en ik pleeg wat telefoontjes naar diegenen die doorgaans moeite hebben hun bedje uit te komen. Hans Louw neemt niet op en ik besluit om maar even langs te rijden om te kijken of er leven in de brouwerij is. Als ik op het Andrieserf aankom staan Hans en Jannie bij Ans en Jan de koffers in te laden. OK, iedereen is wakker, dus op tijd. Langzaam maar zeker loopt de parkeerplaats van het gemeentehuis vol. Ik loop naar de kruising om te kijken of de bus er al aan komt. Als ik op de kruising sta ben ik bang dat de bewoners er tegenover de politie bellen, want het is een kabaal van jewelste. Ze gaan steeds harder praten en lachen, volgens mij horen ze het in de Pienhoek nu ook. In het altijd zo rustige dorpje wordt deze ochtend de rust hevig verstoord door 24 leden van Pétanque Club Schoonebeek. Allemaal volwassenen, maar het lijkt meer op 112 leerlingen van de basisschool die op schoolreisje gaan, mijn god, wat een herrie. De bakker die naar zijn werk gaat komt even kijken wat dat allemaal commotie is hier zo midden in de nacht. De bus is te laat en ik bel het noodnummer van Langhout. De telefoniste belt zo terug. Als ze aan de lijn is weet ze mij te vertellen dat ze contact heeft gehad met de chauffeur en dat hij binnen 10 minuten ter plaatse is. Vele telefoontjes later komt hij nog steeds binnen 10 minuten. Inmiddels is het over de klok van vijf en twee politieagentes krijgen het Spaans benauwd als ze een groep samenscholende Pétanqueclubleden zien staan. De meiden stappen even uit om wat te babbelen en een sigaretje te roken. Ze laten de motor draaien en beurtelings kunnen wij ons opwarmen in de warme politieauto. Betsy gaat achterin zitten en komt er niet meer uit. Die heeft vast nog nooit eerder achterin gezeten in een politieauto, want dan had ze vast geweten dat de achterbank de plaats is om boeven te vervoeren en die mogen absoluut niet uitstappen onderweg.

Na dik twee uur in de vrieskou te hebben gestaan komt er eindelijk een bus aan, jawel, onze bus. De chauffeur zegt doodleuk dat hij zich heeft verslapen en daarmee is zijn verhaal klaar, geen excuus, niets. De koffers worden ingeladen en we gaan naar Hoogeveen….over Coevorden. Dat kan dus niet, want dat is afgesloten. We gaan helemaal binnendoor over Dalen en worden als een milkshake door elkaar geschud. Voor diegene die nog niet helemaal wakker was, bij deze.

In Hoogeveen neemt Henk het stuur over en laat direct weten dat de koffie van hem zelf is en niet van zijn baas, dus we moeten gewoon betalen voor een bak koffie. Hans Maatje werpt zich op als koffiemagnaat en is druk bezig iedereen van koffie te voorzien. Pas een dik half uur later kan ook hij van een welverdiend kopje koffie genieten. In Ede is Henk het spoor bijster en probeert kaart te lezen en te rijden tegelijkertijd. Ik kruip naar voren en lees even de kaart voor hem. Als we aan de goede kant van het station zijn, steek ik gelijk even een sigaret op. Ik kan welgeteld 7 haaltjes nemen als we de bus weer in moeten. We gaan verder naar Nijmegen, Oss, ’s Hertogenbosch naar Eindhoven. In Eindhoven ben ik al gebroken als ik uit de bus stap. Bij de balie vraag ik vriendelijk of zij weten welke bus wij hebben, opdat ik even met de chauffeur wat afspraken kon regelen voor in Parijs. Met een sneer zegt dat loeder dat ik net als iedereen moet wachten totdat het wordt omgeroepen. Na een tijdje wordt omgeroepen dat we bus nummer 8 mogen betreden en de eerste kennismaking met Jos wordt een feit.

We zijn nog maar net op weg en Jos komt humoristisch uit de hoek. Met zo’n chauffeur wordt het wel gezellig, dacht ik nog. Onderweg maak ik kennis met Jos en maak ons reisschema bekend. 10 minuten later was ik gedesillusioneerd en dacht al aan heftige bomaanslagen op Peter Langhout. Hoe moet ik dit gaan brengen aan mijn medereisgenoten. Ons hele programma valt in het water, want op zondag gaan we niet zoals beloofd om 18.00 uur terug, maar om 12.00 uur. Dit was nu juist de reden waarom ik had gekozen voor Langhout, want alle andere touroperators vertelden mij dat ze op zondag om 12.00 uur terug gingen. Ik wilde voor ons reisgezelschap het onderste uit de kan halen zodat men nog een dag de tijd had om iets van Parijs te kunnen zien. Geen probleem!!! werd mij verteld, door één van die overdreven aardige telefonistes. Als je maar boekt, dan kan alles, maar als het geld binnen is hebben ze hele ander plannen met je. Zodra Jos mij uitlegt wat er op het programma staat, krijg ik hevige twijfels of ik nu met een busmaatschappij reis of dat ik ben ingestapt bij een veevervoerder.

We zijn veel te laat in Parijs en moeten met een rotgang het diner naar binnen werken. We zijn al te laat voor de boot en dat wordt verzet naar 21.00 uur. Dit houdt in dat we dus ook geen lichttoer meer krijgen. Toch veevervoer dus. Als we ’s avonds ergens worden gedropt met de mededeling dat meneer niet bij het hotel kan komen, wordt de sfeer er al niet beter op. We moeten een pokke eind lopen met die koffers en ik kom voor de zoveelste verrassing te staan. De hotelier heeft maar drie kamers met aparte bedden, en ik had er zes besteld. Ik krijg er steeds meer de balen van. Op goed geluk deel ik de sleutels uit en hoop dat de mensen die een tweepersoonsbed moeten delen, mij niet komen villen. Op de kamer trek ik een fles rum uit de koffer en verdrink mijn ellende in mijn eentje. Op de kamer op zich valt helemaal niets aan te merken. Alles ziet er keurig verzorgd uit.

Zaterdagochtend ben ik om 05.00 uur wakker. Ik moet even naar de WC en kijk even naar buiten. Ik ga wel weer liggen, maar van slapen komt het niet meer, om 06.15 uur ga ik eruit en rook een sigaretje bij het raam. Om 06.25 uur begint het onwijs hard te regenen. Ik heb het nu helemaal gehad. Dit is wel de spreekwoordelijke druppel. Ik heb ook nog een fles Cognac in de koffer en bedenk of ik die mee zal nemen naar buiten. Dan sla ik die in één keer achterover en ga stilletjes ergens onder een brug liggen. Wat gaat er nog meer voor ellende komen. Rust er op deze reis een vloek of zo? Ik denk dat als de derde wereldoorlog uitbreekt vandaag, hebben we alles gehad. Iedereen probeert mij op te beuren, maar ik heb een schuldgevoel die niet te overkomen is. Ik weet niet of ze het voor mij doen, maar iedereen is positief en opgewekt. Na een karig ontbijtje lopen we met z’n allen naar de bus. Iedereen is in clubtenue dus we vallen lekker op. Bij de opstapplaats film ik nog even wat en besluit ter plekke dat ik Parijs niet zal verlaten zonder dat ik een chocolade eclair heb genuttigd. Ik loop snel even naar de bakker aan de overkant en koop een heerlijke eclair. Misschien wel een beetje gemeen, want ik zit in de bus dat ding met smaak op te eten, en de mensen om mij heen zitten te kwijlen en te watertanden. We worden bij de hoofdingang van het Jardin du Luxembourg gedropt. Ik had wel tegen ons Joske gezegd dat we bij de ingang van Rue Guynemer moesten zijn, maar volgens Jos was dit maar een hele smalle straat en kon hij er niet met de bus komen. Als we het hele park hebben doorgelopen, hebben we uitzicht op Rue Guynemer en moeten constateren dat touringcars hier af en aan rijden. Limburgse zwamneus!

De ontmoeting met Olivier met wie ik zo lang heb gecorrespondeerd is eindelijk een feit. Terwijl we op de baan zijn breekt nu ook het zonnetje door. De teams waren in principe al ingedeeld, dus ik gooide eigenlijk een beetje roet in het eten door te melden dat we gemengd wilden spelen. Dit was wel op voorhand afgesproken, maar geeft toch wat moeilijkheden. De teams worden door elkaar gehusseld en het toernooi kan van start gaan. We worden ingedeeld in poules en spelen allemaal twee voorgelote partijen. Ik speel met Jans en Théresa en we worden letterlijk en figuurlijk van de baan geveegd. Ook in de tweede partij, die we tegen de equipe van Grietje gooien, moeten we het onderspit delven. Intussen wordt er een lunch voorbereid. Goeiendag! Ze hebben alle registers open getrokken. Eerst is er een aperitiefje. Het ziet er niet alleen lekker uit, maar het smaakt nog beter. Ik spoel alles weg met een heerlijke Pastis en intussen wordt de echte lunch geserveerd, pastasalade, groentesalade, diverse soorten vlees, paté, gehaktballetjes, stokbrood, te veel om op te noemen. Lekker glaasje wijn erbij en mijn hele weekend is weer goed. Hulde aan de kok!! En hulde aan A.S.J.L. voor de organisatie!! Het is maar goed dat we niet gelijk weer hoeven te gooien, maar eerst even bij kunnen komen van een fantastische lunch. Als dessert wordt er ook nog even wat kaas tegenaan gegooid, maar ik kan niet meer. De volgende twee partijen van onze equipe slaan ook nergens op en we worden wederom van het veld geveegd met 13 – weinig, maar vooralsnog geen Fannie. De scheidsrechter komt naar mij toe en vertelt mij dat één van onze equipes de finale speelt. Spannend!! En bijzonder leuk ook dat we als Schoonebeekers straks nog een beker mee naar huis nemen. We moesten lang wachten voordat deze finale werd gespeeld, want de halve finales moesten ook nog worden afgewerkt. Dan is het moment daar. De tegenstanders geven geen haarbreed en ze zijn dan ook geen partij voor hen. Na enkele mênes hebben ze dan ook een Fannie aan de broek (0-13), maar zijn verzekerd van een tweede plaats, dus een beker. Tijdens de prijsuitreiking worden we verrast, want zowel het team van Grietje, als het team van Jørgine vallen in de prijzen en krijgen een heuse medaille.

Na afloop gaan we naar Chevalier d’Assas voor het diner. Ik kan me niet voor stellen dat iemand echt honger heeft, maar Olivier heeft voor ons in ieder geval een heerlijk drie gangen menu georganiseerd. Jammer genoeg zijn de kampen verdeeld tijdens het diner. P.C.S. en A.S.J.L. zitten apart, en dat was eigenlijk niet de bedoeling. Tot overmaat van ramp krijg ik ook nog eens een cadeaubon overhandigd voor het organiseren van deze monsterreis en het schuldgevoel begint weer te knagen. Deze dag heeft veel goed gemaakt, en hier gingen we tenslotte voor, maar ik voel me nog steeds belazerd omdat ik mijn beloftes niet na kon komen. Als we ’s avonds met de stadsbus terug gaan naar het hotel en de buschauffeur ons nagenoeg bijna voor de deur afzet flitsen er van allerlei beelden door mijn hoofd. Jos aan een touw, Jos onder de guillotine, Jos in brand steken, Jos doorzagen, Jos als dartboard gebruiken, Jos zijn eigen bus op laten eten, etc. etc. Ik kan niets gruwelijk genoeg bedenken. Als we uitstappen zie ik dat de taxi waar ik Fennie, Ida en Marchien in heb geholpen ook aan komen rijden. Die hebben zeker de lichttoer alsnog gedaan? Bij het restaurant had de chauffeur mij al verteld dat hij nieuw was en dat dit zijn eerste avond was. Ze hebben heel Parijs gezien. In de tussentijd zijn wij naar de bushalte gelopen, op de bus staan wachten en zijn met de bus gereden. In diezelfde tijd heeft pinocchio de weg naar het hotel gezocht. In de bar vieren we de bekerwinst nog even. Jenne deelt de bokaal met de eigenaar van het hotel die inmiddels gevuld is met whisky.

De volgende dag is iedereen weer bijtijds in de ontbijtzaal voor het laatste Franse ontbijt. Met wat andere passagiers komen we overeen dat we graag afgezet willen worden bij de Eiffeltoren, dus al met al een mannetje of 44. Jos zet ons echter eruit bij het Pantheon en iedereen is op zichzelf aangewezen. We nemen bus 82 en gaan toch nog naar de Eiffeltoren. Ik moest minimaal 20 personen hebben om naar boven te gaan bij de poot voor groepen. Helaas kwam ik maar op 19 of 18, dus konden we niet naar boven. We lopen verder door het park om nog even een groepsfoto te maken voor de Eiffeltoren. Met bus 82 weer terug naar het Pantheon om ons weer op te maken voor een lange reis naar Nederland. In Eindhoven stappen we over en maken kennis met andere mensen die ook naar Parijs zijn geweest. Van hen krijgen we te horen dat hun chauffeur Hans erg veel voor hen heeft betekend. Hij heeft op eigen initiatief een extra excursie ingelast naar de Tour Montparnasse en heeft de hele reis aan één stuk doorgepraat en wederom krijg ik visioenen; Jos aan een touw, Jos onder de guillotine, Jos in brand steken, Jos doorzagen, Jos als dartboard gebruiken, Jos zijn eigen bus op laten eten, etc. etc.

Midden in de nacht komen we weer in Schoonebeek aan en iedereen gaat zijn eigen weg. Iedereen is afgestoffeerd, denk ik. Maandagmorgen schrijf ik direct een klachtenbrief met alle details en die telt niet minder dan drie kantjes. Ik zal Jos zijn ballen op een serveerblaadje krijgen. Jos kwam uit Roermond, maar Jos roerde zijn mond niet en als hij roerde kwam het verkeerde er uit. Inmiddels is ook de nieuwe Pétanque bij iedereen door de brievenbus gekomen. Hier staat een oproep in van een club uit Rouen die om uitwisseling verzoekt. Voor diegene die daar interesse in hebben….ik geef het stokje even door, want ik ben even genezen van organiseren.